WPNR 2003, afl. 6546 - De cessie naar huidig en komend recht: de cirkel is weer rond
Aflevering 6546, gepubliceerd op 20-09-2003 geschreven door Mr. M.H.E. Rongen en Prof. mr. H.L.E. VerhagenDe status van de mededeling bij de overdracht van vorderingen op naam is al eeuwenlang een omstreden kwestie.Voor de rechtsgeschiedenis van de cessie zie F. Grosskopf, Die geskiedenis van die sessie van vorderingsregte, Leiden 1960; K. Luig, Zur Geschichte der Zessionslehre, Köln-Graz 1966 en R. Zimmermann, The Law of Obligations, Roman Foundations of the Civilian Tradition, Oxford 1996, p. 58-67. Zie voorts de in de volgende voetnoten genoemde publicaties over het Hollandse, Friese en Gelderse recht. Alleen al in onze gewesten verschilde de betekenis van de mededeling van provincie tot provincie. In het Friese recht, bijvoorbeeld, was de mededeling een constitutief vereiste voor overdrachtZie J.H.A. Lokin, C.J.H. Jansen en F. Brandsma, Het Rooms-Friese recht, De civiele rechtspraktijk van het Hof van Friesland in de 17e en 18 eeuw, Hilversum-Leeuwarden 1999, p. 73-86., terwijl in het Hollandse rechtDe belangrijkste vertegenwoordiger van de Hollandse school is in dit opzicht Paul Voet. Zie verder J. Wiarda, Cessie of overdracht van schuldvorderingen op naam naar Nederlandsch burgerlijk recht, diss. UvA, Zwolle 1937 (hierna: ‘Wiarda, diss.’), p. 37 e.v.; W.J. Zwalve, Hoofdstukken uit de Geschiedenis van het Europese Privaatrecht I, Inleiding en Zakenrecht, Groningen 1993 (hierna: ‘Zwalve, Hoofdstukken’), p. 281-282. Zie ook W.J. Zwalve, Het proteïsch paradigma, oratie Leiden 1994. en het Gelderse rechtVoor het Gelderse recht zie vooral Lambertus Goris, Adversariorum iuris subcisivorum, 3 druk, Arnhem 1651, Tract. III, pars I, cap. 1. Lambert Goris was in 1625 even hoogleraar te Harderwijk, maar werd in datzelfde jaar benoemd tot syndicus (stadsadvocaat) te Nijmegen, een functie die hij tot aan zijn dood in 1651 bekleedde. Het zojuist genoemde werk bevat een hoofdstuk (Tract. III, pars I, cap. 1) dat geheel aan de cessie is gewijd. Zie verder H.L.E. Verhagen en I. Haazen, De cessie naar Rooms-Gelders recht, Groninger opmerkingen en mededelingen XIX (2002), p. 97-114. de vordering kon worden overgedragen zonder mededeling aan de debitor cessus. In de tijd van de grote codificaties is aan deze controverse geen einde gekomen. In sommige codificaties (bijv. Code civil) is de betekening een constitutief vereiste voor overdrachtArt. 1689-1690 Cc. Art. 1689 Cc bepaalt dat tussen partijen een vordering op naam wordt overgedragen door middel van een overeenkomst tussen cedent en cessionaris. Jegens derden heeft de cessie evenwel slechts gevolg, indien betekening (‘signification’) heeft plaatsgevonden, of indien de cessie door de debitor cessus in een authentieke akte erkend is (art. 1690 Cc). Onder derden is hier niet alleen te verstaan de debitor cessus, maar in het bijzonder ook de schuldeisers van de cedent. Nadat de cedent failliet is verklaard, heeft betekening of erkenning geen gevolg meer: de vorderingen blijven verhaalsobject voor de faillissementsschuldeisers.,