WPNR 2003, afl. 6523 - Bestanddeel of zaak? Over het onderscheid en de samenhang tussen de artikelen 3:4 en 5:20 BW (I)
Aflevering 6523, gepubliceerd op 01-03-2003 geschreven door Mr. E.C.M. WolfertIn art. 3:4 BW worden twee criteria genoemd op grond waarvan bestanddeelvorming plaatsvindt. Bestanddeelvorming houdt in dat er vanaf het moment van de vorming sprake is van één zaak, die op grond van het eenheidsbeginsel (art. 5:3 BW) aan één eigenaar toekomt. In art. 5:20, onderdelen e en f, BW wordt bepaald dat opstallen en beplantingen toekomen aan de eigenaar van de grond waarmee zij zijn verenigd. Ook ten aanzien van een opstal en de grond of een beplanting en de grond is er dus sprake van één eigenaar. Zijn opstallen en beplantingen bestanddelen van de grond? Vormt art. 5:20 BW een nadere invulling van art. 3:4 BW of moeten de regelingen strikt van elkaar worden onderscheiden? In art. 3:4 BW worden twee criteria genoemd op grond waarvan bestanddeelvorming plaatsvindt. Bestanddeelvorming houdt in dat er vanaf het moment van de vorming sprake is van één zaak, die op grond van het eenheidsbeginsel (art. 5:3 BW) aan één eigenaar toekomt. In art. 5:20, onderdelen e en f, BW wordt bepaald dat opstallen en beplantingen toekomen aan de eigenaar van de grond waarmee zij zijn verenigd. Ook ten aanzien van een opstal en de grond of een beplanting en de grond is er dus sprake van één eigenaar. Zijn opstallen en beplantingen bestanddelen van de grond? Vormt art. 5:20 BW een nadere invulling van art. 3:4 BW of moeten de regelingen strikt van elkaar worden onderscheiden?