WPNR 2003, afl. 6549 - Het aanvangsmoment van de relatieve verjaringstermijn (I)
Aflevering 6549, gepubliceerd op 11-10-2003 geschreven door Mr. J.L. SmeehuizenDe regeling van de relatieve verjaringstermijn (art.3:3310 lid 1 BW) is, in conceptuele zin, een vorm van rechtsverwerking. Om die reden behoort de relatieve verjaringstermijn pas aan te vangen als de benadeelde in staat is zijn vordering geldend te maken. De regeling van de relatieve verjaringstermijn (art. 3:310 lid l BW) is, in conceptuele zin, een vorm van rechtsverwerking. Om die reden behoort de relatieve verjaringstermijn pas aan te vangen als de benadeelde in staat is zijn vordering geldend te maken.