WPNR 2013, afl. 6979 - Inhoud en reikwijdte van de nieuwe tegenstrijdig belang-bepaling voor kapitaalvennootschappen, en haar betekenis voor de stichting
Aflevering 6979, gepubliceerd op 15-06-2013 geschreven door Prof. mr. A.F. VerdamBij de stichting ontbreekt een wettelijke regeling inzake het tegenstrijdig belang. Het handboek van Dijk/Van der Ploeg stelt dat zonder statutaire grondslag bestuur en bestuurders van een stichting niet bevoegd zijn om de stichting te vertegenwoordigen bij tegenstrijdig belang;P.l. Dijk, T.J. van der Ploeg, Van vereniging en stichting, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, 5e druk bewerkt door mr. C.H.C. Overes, T.J. van der Ploeg en W.J.M. van Veen, Deventer 2007, p. 236. Zie ook Van der Ploeg, Privaatrecht Actueel, WPNR 2005/136, nr. 6611, p. 157-158, waar hij er ook op wijst dat W.J.M. van Veen het eerst heeft gewezen op een analoge toepassing van de bepalingen van volmacht en lastgeving (Van Veen, Vertegenwoordiging van rechtspersonen bij tegenstrijdig belang, Ondernemingsrecht, 1992, p. 92 e.v.). dit standpunt is niet onomstreden.Zie o.a. Asser - Van der Grinten - Maeijer, II-2, nr. 321 en andere literatuur genoemd door Overes in haar bijdrage: De stichting en governance: bestuur en toezicht, in: M.l. lennarts, W.J. van Veen en D.f.M.M. Zaman, De stichting, kritische beschouwingen over de wettelijke regeling voor een veelzijdige rechtsvorm, Den Haag 2011, p. 61 e.v., op p. 79. Over de besluitvorming binnen de stichting bij tegenstrijdig belang van de bestuurders laat het handboek zich niet uit.Voor deze problematiek bij de vereniging, verwijst het handboek naar o.a. het normenstelsel dat zich in het enquêterecht heeft ontwikkeld o.a. in de linders/Hofstee-beschikking (OK 26 mei 1983, NJ 1984, 481); a.w. p. 177.