WPNR 2013, afl. 6962 - De bevoegdheidsverdeling in de Flex-BV: AV of BGA?
Aflevering 6962, gepubliceerd op 16-02-2013 geschreven door Mw. prof. mr. H.E. Boschma en Mw. mr. G.K. Kuijers-TollenaarOp 1 oktober 2012 zijn de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht en de bijbehorende Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (hierna tezamen aangeduid met: Wet Flex-BV) in werking getreden.Stb. 2012, 299, 300 en 301. De Wet Flex-BV maakt het mogelijk dat bepaalde bevoegdheden die voorheen exclusief waren toebedeeld aan de AV, toe te kennen aan (een beperkte groep van) houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding. In tegenstelling tot de AV waarvan alle aandeelhouders deel uitmaken, participeert in de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aandelen slechts een beperkte groep van aandeelhouders. Dit orgaan duiden wij in het vervolg dan ook aan met ‘BGA’ (de ‘beperkte’ of, zo men wil, ‘bijzondere’ groep van aandeelhouders). In deze bijdrageWij spitsen ons toe op de BV die niet onderworpen is aan het structuurregime en een two tier board kent. besteden wij aandacht aan de vraag welke bevoegdheden in de Flex-BV dwingendrechtelijk toekomen aan de AV en welke bevoegdheden kunnen worden toegekend aan een BGA (paragraaf 2). Vervolgens wijzen wij op enkele neveneffecten die gepaard gaan met de verschuiving van bevoegdheden naar een BGA (paragraaf 3). Opvallend is dat in de Wet Flex-BV nadere regels voor de besluitvorming door een BGA ontbreken. Met het oog hierop wordt in paragraaf 4 ingegaan op het voorzien in een ‘eigen’ besluitvormingsregeling voor de BGA. Wij ronden af met een conclusie (paragraaf 5).