WPNR 2004, afl. 6580 - Naschrift
Aflevering 6580, gepubliceerd op 29-05-2004 geschreven door Mr. C.A. Kraan en Mr. J.P. SchmalIn WPNR 6558 hebben wij de vraag gesteld of de erflater de legitimaris rechten kan ontnemen door de inkortingsvolgorde te wijzigen en de draagplicht voor de vordering van de legitimaris geheel ten laste van de echtgenoot of gekwalificeerde partner te brengen, waarbij met gebruikmaking van artikel 4:82 wordt bepaald dat de vordering van de legitimaris niet opeisbaar is. Wij hebben die vraag ontkennend beantwoord. Wijziging van de inkortingsvolgorde is wel mogelijk, maar de onopeisbaarheidsbepaling werkt naar onze mening slechts voor dat deel van de legitieme vordering dat zonder de wijziging ten laste van de langstlevende zou komen. Wij hebben voor die opvatting een beroep gedaan op het dwingendrechtelijk karakter van de legitieme en op de strekking van artikel 4:82. Ook uit andere in Boek 4 gegeven regels blijkt dat de opeisbaarheid van de vordering van een legitimaris slechts wordt beperkt voor zover de bescherming van de langstlevende dat vereist.