WPNR 2003, afl. 6558 - Tilburgse toekomstperspectieven over taak en plaats van de Hoge Raad*
Aflevering 6558, gepubliceerd op 13-12-2003 geschreven door Mr. A.J. VerheijDe Hoge Raad zetelt niet slechts in de Kazernestraat in Den Haag. In het diepst van zijn gedachten is iedere kritische annotator de Hoge Raad zélf. In zijn annotatie zet hij namelijk uiteen welk arrest hij zou hebben gewezen als hij het voor het zeggen had gehad: La Cour de Cassation c’est moi.In zowel deze zin als elders in dit artikel wordt met ‘hij’ tevens ‘zij’ bedoeld. Zo beschouwd, zijn we dus (in ons hoofd althans) allemaal (een beetje) de Hoge Raad.Vgl. Asser-Scholten, Algemeen deel, 1974, p. 134: “En ieder jurist geeft, als hij oordeelt, een uitspraak, die hij ‘eventueel’ als rechter zou doen.” De auteurs van het boek ‘De Hoge Raad binnenstebuiten’ laten het niet bij denken, maar gaan nog een stap verder.Alle auteurs zijn verbonden (geweest) aan de juridische faculteit van de Universiteit van Tilburg. In alfabetische volgorde gaat het om de volgende auteurs: M. Barendrecht, M. van den Berg, R. van Bijnen, W. van Boom, C. Buijssen, M. Dierikx, I. Giesen, M. Hertogh, P. Kamminga, M. van Laarhoven, M. Loos, G. van der Sangen, M. Veldhuizen, J. Vranken, W. Weterings Zij hebben niet alleen kritisch commentaar geleverd op een aantal arresten van de Hoge Raad, doch hebben die arresten herschreven. Iedere auteur heeft een uitspraak geschreven zoals hij vindt dat die had behoren te luiden. Blijkens de inleiding was de directe aanleiding voor dit experiment de constatering dat bij bestudering van arresten van de Hoge Raad kritiek gebruikelijker was dan onverkorte instemming. Door arresten van de Hoge Raad te herschrijven, hebben de auteurs getracht zich op het eigen terrein van de Hoge Raad te begeven om zo met open vizier de degens met hem te kruisen.Vranken en Giesen, De Hoge Raad binnenstebuiten. Verslag van een experiment, Boom Juridische uitgevers: Den Haag 2003, p. 2. In het vervolg volsta ik kortheidshalve met verwijzing naar de pagina’s van dit boek. Lezers kunnen de oorspronkelijke uitspraak vergelijken met de herschreven versie en de auteurs staan zo aan dezelfde kritiek bloot als de Hoge Raad. De inzet van dit boek is echter principiëler dan het enkele herschrijven van een aantal als onbevredigend ervaren uitspraken. In wezen staat het functioneren van de (civiele) rechtspleging van de Hoge Raad als zodanig ter discussie.