WPNR 2003, afl. 6539 - Wilsrechten en de Action Oblique. Over hoogst persoonlijke bevoegdheden en de uitoefening daarvan door crediteuren en andere derden
Aflevering 6539, gepubliceerd op 05-07-2003 geschreven door Prof. mr. E.J.H. SchrageDe zaak deed destijds veel stof opwaaien. Een jongeman had 10 miljoen gulden van zijn contractpartners aangenomen en de belofte gedaan dat bedrag binnen twee jaar te verdubbelen. Dat lukte niet, integendeel. Een substantieel gedeelte van het geld verdween als sneeuw voor de zon. Dat verdroot zijn crediteuren zeer en zij begonnen hem te achtervolgen, tot in het faillissement toe, maar tot terugbetaling van een de crediteuren bevredigend gedeelte van de vordering kwam het niet. Toen overleed de vader van de debiteur, een vermogend man. De crediteuren vestigden hun hoop op de erfenis als verhaalsobject, maar de vader bleek zijn zoon geheel onterfd te hebben. Daarop gebeurde er iets interessants. De zoon ging naar de notaris en verklaarde ten overstaan van deze onder meer ‘te bewilligen in de onverkorte uitvoering van de testamenten van zijn vader en mitsdien geen beroep te doen op zijn recht op te komen tegen de door de erflater getroffen beschikkingen in voormelde testamenten op grond van de wettelijke bepalingen betreffende de legitieme portie’. Hij verklaarde de uiterste wil van zijn vader te zullen respecteren en geen beroep te zullen doen op zijn legitieme. Zijn schuldeisers namen daarmee geen genoegen, zij vernietigden de berusting (althans zij riepen daarvan de nietigheid in) stellende dat het hier ging om een onverplichte rechtshandeling, waarvan de schuldenaar wist dat het verrichten daarvan benadeling deze crediteuren in hun verhaalsmogelijkheden zou benadelen. Voorts poogden zij als crediteur van de legitimaris in diens plaats wèl een beroep op de legitieme te doen en zij legden alvast ‘voor zoveel nodig’ executoriaal beslag op het aandeel van de zoon in de nog onverdeelde nalatenschap van zijn vader. De overige erfgenamen vorderden daarop in kort geding opheffing van het beslag. De Amsterdamse president, mr. Gisolf, heeft maar één rechtsoverweging nodig om zijn beslissing te funderen:Pres. rb. Amsterdam, 5 juni 1997, rolnummer KG 97/1302G.